logo 2024

Bas en Sax

voor liefhebbers van (bas)klarinet en saxofoon

Onderhoud
verkoop en verhuur
van saxofoons
en klarinetten.

ieder woensdag open van 10.00 tot 17.30 uur

  facebook  Signal App Logo PNG Image Backgroundemail specialiteit: vintage saxofoons en basklarinetten  

 

 

Geschiedenis van de klarinet

De Chalumeau

chalumeau
De chalumeau wordt algemeen beschouwd als de voorloper van de klarinet en van de saxofoon. Het oorspronkelijke instrument is een rieten buis van ongeveer 21cm lengte met 6 toongaten aan de bovenkant en een zevende toongat voor de duim aan de onderzijde. Hij lijkt erg op de blokfluit, maar dan met een riet als geluidsbron. De vraag is waarom de chalumeau zich ontwikkelt tot de klarinet en later de sax en de blokfluit nagenoeg ongewijzigd is gebleven?  

De chalumeau is mogelijk al zeer oud. Waarschijnlijk was het in de middeleeuwen al bekend als volksinstrument en mogelijk kwam het 1100 jaar voor onze jaartelling al voor op afbeeldingen in Egyptische graven. 

De reden dat de blokfluit nog vrijwel ongewijzigd en veel in gebruik is, heeft te maken het met toonbereik en de kwaliteit daarvan. Met een blokfluit is het relatief gemakkelijk alle tonen van een toonladder zuiver en relatief helder te spelen met vorkgrepen en half open toongaten en door het overblazen met een half open registerklep. Het overblazen is gemakkelijk en daardoor is het bereik van een blokfluit al snel twee octaven. Daarbij functioneert het half geopende gat voor de (linker)duim als een octaafklep.

Het bereik van de vroege blokfluit

De verwachting zou kunnen zijn dat het bereik van de chalumeau vergelijkbaar is met dat van de blokfluit. Maar niets is minder waar. De Chalumeau kan er moeilijk overblazen worden en het bereik is niet hetzelfde als de blokfluit. De chalumeau blijkt fysiek totaal anders te reageren dan de blokfluit. Dat heeft een akoestische oorzaak. Blaasinstrumenten gedragen zich als akoestische buizen. In akoestische buizen ontstaan golven als daarin een toon wordt geblazen. Het aantal golven in de buis bepaalt de toonhoogte. De lengte van de buis dwingt een bepaald aantal golven in de buis af. Daarbij is het karakter van de uiteinden van de buis bepalend. Open buiseinden zijn altijd punten waarin de druk minimaal is. Die dwingen zogenaamde buiken af. Dat zijn plaatsen waar de beweging van de geluidsgolf minimaal is. Gesloten buiseinden zijn altijd punten waarbij de druk maximaal is. Die dwingen zogenaamde knopen af; de plaatsen waar de beweging van de luchtdeeltjes maximaal is. 

Een blokfluit gedraagt zich als een akoestische buis met twee open buiseinden.

Een chalumeau gedraagd zich als een akoestische buis met een gesloten buiseind aan de kant van het riet en een open buiseinde aan de overzijde.

Dit heeft wel interessante gevolgen:

  • Een chalumeau klinkt met dezelfde lengte een octaaf lager dan een fluit
  • Een chalumeau producteert een grondtoon met alleen oneven harmonischen
  • Een fluit produceert een grondtoon met even en oneven harmonischen
  • Een fluit overblaast naar de 2e harmische, precies een octaaf hoger dan de grondtoon
  • Een chaluemau overblaast naade de 3e harmonosche dat is 3 kwinten hoger dan de grondtoon
  • Omdat de tweede harmonische dichter bij de grondtoon ligt dan de derde blaast een fluit gemakkelijker over

1690 een extra toongat op de chalumeau

De chalumeau is rond 1690 door Johann Christian Denner voorzien een extra toongat aan het uiteinde en van twee kleppen die tegenover elkaar aan de onder en bovenzijde van het instrument bevinden, aan de kant van het mondstuk. Door deze toongaten werd het bereik van het instrument vergroot tot iets meer dan een octaaf . Van F tot D.

Het instrument kan niet of moeilijk worden overblazen, zodat het gebruikt beperkt bleef tot een octaaf. Daarvan waren een aantal noten alleen door vorkgrepen te spelen. De zuiverheid en klank van die noten liet te wensen over.

1700 Chalumeau wordt voorzien van een registerklep: de klarinet

 

Waarschijnlijk is de chalumeau rond 1700 verbeterd tot de klarinet door Johann Christiaan Denner (1655-1707), die onder andere de registerklep toevoegde waarmee het bereik van de Chalumeau wordt vergroot tot circa drie octaven. Rond 1707 wordt het instrument ook klarinet genoemd. 

Denner voegde heel hoog op het instrument een registerklep toe en verlengde het instrument met een een conische beker. Door de registerklep kon het hele register van het instrument worden overblazen, waardoor het bereik enorm werd vergroot. t Het openen van de registerklep leidt niet zoals bij een fluit tot een verhoging van de toon naar de 8e toon (een octaaf hoger), maar naar de 12e.

klarinet twee kleppen

Probleem hierbij was dat in een register van 12 tonen met 10 (9) vingers bediend moesten worden in tegenstelling tot de blokfluit waar 8 tonen worden bediend met de 10 (9) vingers.

Er waren kleppen nodig om die afstand te overbruggen.

Een eerste klep aan de bovenzijde is toegevoegd om een extra toon aan het register toe te kunnen voegen. Meestal was dat de A maar vaak ook de Bb. De A werd dan gespeeld door het openen van de registerklep. De tweede klep, de registerklep zit aan de onderzijde.

De registerklep werd al snel voorzien van een metalen buisje om verstopping door vocht te voorkomen.

De diameter van het toongat was vooral zo gemaakt dat het een goed afdichting met de vingers opleverde. Een kleiner toongat is wel zuiverder, maar een groter toongat levert een makkelijker aanspreekbare en stuurbare toon.

De instrumenten werden gemaakt van buxushout met soms toevoeging van ivoor sierringen.  

De kleppen waren meestal vierkant.

De onderstaande figuur toont het bereik van de twee kleps klarinet. Te zien is dat er veel vorkgrepen nodig zijn, waarbij over het algemeen niet erg zuivere en minder mooi klinkende tonen ontstaan.

 

grepentabel twee kleps klarinet

 

Het lage register van de klarinet wordt nog steeds Chalumeau register genoemd.

1730-1740 De klarinet krijgt een derde klep 

Rond 1730/40 voegde verschillende instrumentenbouwers een derde klep toe. Ze verlengden de klarinet met een extra toon en voegden een klep toe voor de B in het hoge register of E in het lage register. De eerste overbrugde weer een deel van de overgang tussen de twee registers.

 

 

Nu kon in het lage chalumeau register van E tot A worden gespeeld en in het hoge register van B tot D#. De klep is normaal gesproken open en wordt gesloten door bediening met de pink. De klarinet kon nog steeds zowel met de linkerhand boven als de rechterhand boven worden gespeeld. 

De figuur hieronder toont de grepentabel voor de drie-kleps-klarinet. Wat opvalt is dat nog steeds voor veel tonen met vorkgrepen moet worden gespeeld. De daardoor beperkte openheid van het instrument heeft een nadelige invloed op de helderheid van de klank. Ook de zuiverheid van deze tonen laat te wensen over.

 grepentabel drie kleps klarinet

1738 De Klarinet wordt gespeeld met linkerhand boven

 Zolang de klarinet nog maar een enkele klep had, was het mogelijk om zowel met de linkerhand boven als met de rechterhand boven te spelen. Toen de klarinet van de eerste kleppen werd voorzien bleef het lang mogelijk om de bovenhand te kiezen. Maar toen er meer kleppen tegelijk met de pink moesten worden bediend werd het lastiger.

In 1738 beschrijft Johann Philip Eissel in zijn boek " Musicus autodidaktos: oder der sich selbt informirende Musicus" dat de klarinet met de linkerhand boven en de reachterhand onder moet worden bespeeld. De klarinet waar hij overschrijft heeft inmiddels 10 toongaten en is dus goed vergelijkbaar met de hierboven afgebeelde klarinet. De vingerzetting is hieronder afgebeeld.

 

klarinet vingering antiek

 

1750 De Klarinet krijgt een vierde en vijfde klep

 

In de jaren 50 van de 18e eeuw krijgt voegt Barhtold Fritz, een vierde en vijfde klep toe aan de klarinet. De nieuwe F#/C# klep wordt bediend door de pink van de linker of rechterhand en een Ab/E klep door de pink van de andere hand.

 

klarinet vijf kleppen

 

1785 Het mondstuk wordt gescheiden van de body

Voor 1785 vormden het mondstuk en het tonnetje altijd een geheel. Vanaf 1785 worden het mondstuk en het tonnetje steeds vaker gescheiden en ontstaat het mondstuk zoals we dat nu kennen.

 

barrel2 barrel

 Het voordeel van deze scheiding is dat het mondstuk daardoor van harder en stabieler materiaal kon worden gemaakt. Bovendien werd de koppeling met de buis vrij lang zodat stemmen van het instrument mogelijk werd.

 

 

1791 De klarinet krijgt een zesde klep

 

Jean-Xavier Lefevre, een beroemde Parijse klarinetist en docent op het conservatorium brengt een zesde klep aan. De nieuwe C#/G# klep, wordt bediend door de pink van de linkerhand. Andere instrumentenbouwers volgen dit voorbeeld al snel.  

 

klarinet zes kleppen

1806/1812 Polsters gelijmd in cups

Voor 1806 hadden de klarinetten maar weinig kleppen en waren de kleppen messing plaatjes waaronder een stuk leer was gelijmd.

Dat leer dichtte het toongat af, maar dat werkte niet perfect en moest regelmatig worden onderhouden. Onder andere daarom hadden de klarinetten nog maar weinig kleppen. 

1806 klarinetklep

De klarinetten in de 18e hadden een beperkt aantal kleppen en tonen buiten de toonsoort waren daardoor moeilijk zuiver en helder te spelen. Door voor de gebruikte toonsoorten instrumenten met een verschillende stemming te maken, werd het probleem van het beperkte aantal kleppen ondervangen. Toch was er behoefte aan een klarinet met meer kleppen waardoor het instrument veelzijdiger werd. Aan het eind van de 18e eeuw neemt het aantal kleppen op de klarinet langzaam toe. Maar verschillende spelers hadden hun twijfels bij de toename van het aantal kleppen. De kwaliteit van de kleppen van die tijd was zodanig dat de nieuwe vindingen niet echt succesvol waren. Iwan Müller bracht daar verandering in.Iwan Muller vond in 1806 de cups uit met polsters van vilt omtrokken met geitenleer. Doordat de polster bol enigzins stonden en gebruikt werden in combinatie met verzonken toongaten ontstond een stabielere luchtdichte afsluiting. Door deze vinding werd het mogelijk de klarinet met meerdere kleppen uit te breiden.

 Rond 1806/1812 verbeterde Müller de klarinet met 13 kleppen door:

  • verdiepte toongaten
    • de schuine oplopende rand geeft een betere afdichting met het polster
  • polsters van leer met een vulling van vilt geplaatst in een holle cup
  • verbeterde plaatsing van de toongaten.
  • metalen duimsteun

 Door de verbeteringen van Müller werd het mogelijk om met de klarinet in alle toonsoorten te spelen. De clarinette omnnitonique. 

 

Muller1

De bovenstaande foto toont een klarinet die sterk lijkt op wat Iwan Müller ontwikkelde. De klarinet heeft ook 13 kleppen die vrijwel allemaal van een bladveer zijn voorzien. Er werd op maar een plek ringvormige toetsen toegepast die van een naaldveer zijn voorzien. De cups zijn bolvorming. Vanwege de vorm worden ze ook wel zout lepelvormig genoemd. Pas later zijn gedraaide cups toegepast. 

 

Muller3

 

Muller4

Muller2

1815 Metalen rietbinder

Voor 1815 werden rieten altijd met garen op het mondstuk gebonden. Dit staat nu nog bekend als het Duitse Ligatuur of schoenveter ligatuur). Iwan Müller, die het kleppensysteem al verbeterde ontwikkelde een metalen ligature dat veel lijkt op wat er nu nog wordt gebruikt op klarinet en saxofoon. Iwan Müller paste ook het profiel van het riet aan. Hij maakte het dunner en schuiner aflopend, waardoor het articuleren beter lukte.

 

mondstuk rietbinder muller

 

Klik op de foto voor een filmpje over het binden van een riet met een koord of kijk op woodwind.org voor een uitleg.

shoestring ligature

 

  • 1818 De eerste metalen klarinet
  • 1820 Het riet steunt op de onderlip
  • 1832 Boehm verbetert de fluit met brillen en lange assen
  • 1837 Buffet introduceert naaldveren
  • 1840 Klose ontwikkelt de franse boehm klarinet
  • 1840 Ebbenhout wordt gebruikelijk materiaal voor klarinet
  • 1840 Albert ontwikkelt een klarinet met rollers
  • 1845 Muller voegt ringen toe aan de onderste deel van de klarinet

 Muller gaat samenwerken met Heckel en voegt ringen toe aan het onderste deel van de klarinet.